Slingeren nader verklaard
Mensen die een slingering hebben meegemaakt
vertellen vaak: “de hele reis ging het goed en opeens was het gebeurd en
lag de boel op z’n kant….”. Het is dan ook lastig om de oorzaak aan te
geven waarom een combinatie (opeens) gaat slingeren. Het is een
samenloop van omstandigheden zoals vaak bij ongelukken. Het enige dat
met zekerheid te stellen is, is dat op dat moment en onder die
omstandigheden de snelheid te hoog was. De afgelopen
jaren hebben wij veel onderzoek bestudeerd naar het weggedrag van auto’s
en caravans, zowel theoretisch als empirisch wetenschappelijk onderzoek
en proeven in de praktijk.
Wat is slingeren?
Een veel voorkomend misverstand is dat alleen de caravan gaat
slingeren. De caravan gaat namelijk niet alleen heen en weer pendelen
maar de hele combinatie gaat slingeren. De achterkant van de auto wordt
door de caravan heen en weer geduwd en de combinatie gaat rond de
kogelkoppeling scharnieren. De Engelsen spreken dan ook van een ‘snake’,
de combinatie maakt een slangachtige beweging. Heb je een stabiele en
zware trekauto (of een hele lichte caravan) dan volgt hieruit dat de combinatie minder slingert omdat
de caravan relatief minder vat op de auto heeft. Waar we voor het gemak spreken
dat de caravan slingert bedoelen we dus dat de hele combinatie slingert.
 |
Slingeren is er in verschillende gradaties. Het begint met wat heen
en weer kwispelen van de caravan gevolgd door het heen en weer slingeren
van de caravan en de auto en het eindigt bij het scharen van de
combinatie (waarbij de combinatie vaak 180 graden gedraaid tot stilstand
komt). Scharen kan bijvoorbeeld ook ontstaan doordat de auto slipt en door de caravan wordt weggedrukt. De
kans hierop is echter klein en zeker niet groter dan bij solo rijden,
ook niet bij gladde omstandigheden. |
Meten van slingeren
In theorie kan je het uitrekenen en in praktijk kan je de mate van
slingering meten (zie ISO 9815). Maakt de caravan een bepaalde pendelbeweging,
dan is aan te
geven hoe groot de amplitude en frequentie is. Daarnaast is te bepalen
of de amplitude toeneemt of juist afneemt. Dit noemen we de demping.
Demping drukken we uit in een verhoudingsgetal waarbij er bij 1 geen
sprake is van enige slingering na een stuurimpuls en bij nul is er geen
demping en blijft de pendelbeweging constant. De demping wordt voor het
grootste deel bepaald door de rijsnelheid. Wordt de snelheid hoger neemt
de demping af. Praktijk proeven tonen aan dat die demping behoorlijk
rechtevenredig is en via een nulpunt ook negatief kan worden. Is de
demping negatief dan wordt de pendelbeweging versterkt en dus de
slingering steeds heftiger. Het nulpunt wordt de kritische snelheid
genoemd.
Soms wordt ten onrechte die snelheid de kritische snelheid genoemd
waarbij de caravan uit zichzelf gaat slingeren. Maar bedenk dan dat een
systeem instabiel kan zijn zonder dat direct instabiliteit optreedt. Je
kan met een caravan dus best harder rijden dan de kritische snelheid
zonder dat de bestuurder dit direct merkt. Pas bij een verstoring van de
balans door een extra prikkel van buitenaf gaat de combinatie slingeren
waarbij de amplitude (vrij snel) steeds groter wordt omdat de demping
negatief is. De kracht van de slingering is op dat moment
groter dan de kracht van de demping.
|

Demping is positief
|

Demping is negatief
|
Er zijn 3 fasen te onderscheiden die bij het toenemen van de gereden
snelheid optreden:
1) demping is positief (slingering houdt vanzelf op) hoe groter de
demping, hoe stabieler
de combinatie en hoe sneller de pendelbeweging
gestopt wordt.
2) demping is nul (slingering blijft constant: kritische
snelheid)
3) demping is negatief (slingering versterkt zichzelf en wordt
zonder ingrijpen fataal)
Het zal duidelijk zijn dat we voor een veilig weggedrag moeten rijden
bij een snelheid waarbij de demping positief is, dus onder de kritische
snelheid. Alleen weten we vooraf niet hoe hoog de kritische snelheid is,
en die is lang niet altijd gelijk aan de maximaal toegestane snelheid.
We moeten er voor zorgen dat we, door een aantal maatregelen te
nemen, de demping en de kritische snelheid zo hoog mogelijk maken voor
onze combinatie. Dat is beter voor de veiligheid en voor het rijcomfort.
Uiteraard kan zelfs als de demping positief is, de combinatie alsnog
slingeren als de impuls van buitenaf te groot is geweest of als een
nieuwe impuls de eerste slingering versterkt waardoor de combinatie alsnog
(heel snel) kan scharen.
Kwispelen
Elke caravan gaat bij het toenemen van de snelheid en als gevolg van
invloeden van buitenaf wel wat 'kwispelen'. Dat hoeft
niet automatisch de voorbode te zijn van (gevaarlijk) slingeren, mits de
demping maar positief is. Een stabilisator is vaak heel goed in staat dit
kwispelen te onderdrukken, waardoor het rijcomfort toeneemt. Voor de rijveiligheid kan dit kwispelen weinig
kwaad, zolang er maar voldoende demping is.
Waarom gaat een combinatie slingeren?
Zou er geen invloed van buitenaf zijn dan is er geen reden dat de
caravan gaat slingeren bij het toenemen van de snelheid, ook niet boven
de kritische snelheid. Maar deze ideale situatie is in de praktijk niet te bereiken
omdat er verschillende invloeden zijn die inwerken op de caravan:
- Turbulentie van de trekkende auto en van de caravan zelf
- Stuurbeweging
- Zijwind of zuiging van (vracht)auto’s
- Oneffenheden in de weg (bijv. spoorvorming)
- Onbalans in de wielen etc.
| Deze factoren heeft u niet zelf in de hand en kunnen onverwacht
(en in combinatie!)
plaatsvinden. De combinatie kan dan ook op elk moment van de reis in
slingering gebracht worden. Bij het toenemen van de snelheid neemt
bijvoorbeeld ook de turbulentie toe die de trekauto veroorzaakt en
alleen daardoor al kan de caravan in slingering gebracht worden bij het
toenemen van de snelheid. |
 |
Welke factoren bevorderen slingeren?
De belangrijkste is:
- een te hoge snelheid
Daarnaast zijn van belang:
- hoog gier traagheidsmoment (yaw inertia) van de caravan
zelf en door belading
- de gewichtsverdeling auto-caravan is ongunstig, d.w.z.
caravan zwaar t.o.v. de auto
- korte dissellengte, korte wielbasis en lange oversteek trekauto
- slappe caravan- en autobanden (zacht e/o weinig stabiel)
- een te lage
of een heel veel te hoge kogeldruk; (zwaartepunt ligt te ver van de as).

Amerikaanse combinaties zijn in principe stabieler.
Een aantal factoren heeft u van uw huidige combinatie niet in de
hand. U kunt de lengte van de dissel immers niet veranderen, maar door
de combinatie goed te beladen kunt u het weggedrag van uw combinatie aanzienlijk
beïnvloeden.
Naar vele van deze factoren is uitgebreid onderzoek gedaan, zowel bij
toercaravans als bij trailers. Hoewel de uitkomst van alle
onderzoekingen niet altijd 100% met elkaar overeenstemmen zijn de
onderstaande conclusies wel te trekken.
Opvallend is dat in geen enkel onderzoek (voor zover ons bekent) de
invloed is aangegeven van belading die hoog dan wel en laag in de caravan
is opgeborgen en een ongelijke gewichtsverdeling tussen het rechter- en
het linkerwiel. Deze factoren zouden van invloed kunnen zijn maar
naar verwachting is het effect ondergeschikt aan de andere factoren.
Snelheid
Bij het toenemen van de snelheid neemt de demping recht evenredig af
totdat die nul wordt en de kritische snelheid is bereikt. Het verlagen
van de snelheid zorgt dus altijd voor minder slingering. Veelal heeft
een snelheidsafname van bijvoorbeeld 20 km/u meer effect dan dat die op
een andere wijze te bereiken is door bijvoorbeeld goede kogeldruk, goede
belading, bandenspanning etc. Voor de veiligheid is de onlangs
doorgevoerde snelheidsverhoging van 80 km/u naar 90 km/u geen goede
zaak. Helemaal oppassen is het in het buitenland waar soms nog veel
hogere snelheden zijn toegestaan.
 |
In deze tabel is het lineair verband te zien tussen de
demping en de snelheid. |
Snelheid is altijd dé bepalende factor als het mis is gegaan. Was er
namelijk langzamer gereden, en dat hoeft maar een paar km/u te zijn, dan
was een slingering niet fataal geweest. In die zin heeft dus ook altijd
de chauffeur schuld aan een ongeval al was het maar dat hij/zij gegeven de situatie te
snel reed.
Gier traagheidsmoment
Een rijdende caravan wil van nature bewegen om zijn middelpunt
(zwaartepunt). Voor slingeren is het gier traagheidsmoment van belang.
In de Engelstalige literatuur Yaw inertia.
Voor een belangrijk deel is die waarde bepaald door de fabrikant van
de caravan. Helaas zet de fabrikant die waarde niet in zijn folder, hij
weet die waarde ook niet. Maar zou het gier traagheidsmoment wel bekend
zijn dan zou u een caravan kunnen uitzoeken met een lage waarde waardoor
u kunt selecteren op wegligging. Toch is met het blote oog er wel iets
over te zeggen. Je krijgt een laag gier traagheidsmoment als zoveel
mogelijk zware spullen in de caravan zo dicht mogelijk bij de as zijn
geplaatst. Zware onderdelen zijn bijvoorbeeld: het keukenmeubel, de
koelkast, accu, reservewiel, watertank etc. Uiteraard kunt u door de
belading zelf wel het gier traagheidsmoment beïnvloeden!
 |
Geen zware spullen
opbergen aan de uiteinden van de caravan maar zo dicht mogelijk bij de
as in het midden concentreren. Ook gewicht ‘compenseren’ als blijkt dat
u bijvoorbeeld te weinig kogeldruk zou hebben door extra gewicht voorin
te leggen is nadelig voor het gier traagheidsmoment. U zou dan juist
gewicht van achterin de caravan naar het midden moeten verplaatsen in
plaats van extra gewicht aan de voorkant toevoegen. |
Een grote caravan heeft een groter gier traagheidsmoment dan een
kleine caravan. Een zware caravan heeft een groter gier traagheidsmoment
dan een lichte caravan. Daarom kan een kleine caravan stabieler zijn
dan een grote en een lichte caravan stabieler dan een zware caravan.

Met deze speciale aanhanger is in praktijk het verschil in belading
vast te stellen.
De invloed van belading laag bij de vloer of hoog in de caravan is
naar verwachting minder van belang. Bedenk bovendien dat het
zwaartepunt van een caravan veel lager ligt dan u op het oog ziet. Het
zwaarte punt zal niet veel hoger dan 1 meter boven de grond liggen
terwijl een caravan toch 2,50 meter hoog is. De kans op omslaan (zonder slingeren) is heel
erg klein.
Voor de belading betekent dat de grote bergplaatsen onder de bedden
(voor- en achterin) niet gunstig zijn om vol te stouwen met zware spullen
en dat het meenemen van fietsen achter- en/of
voorop en het volstouwen van de disselbak met reservewiel en zware
stalen 11 kg gasflessen niet aan te raden is.

ADAC onderzoek fietsen achterop versus op het autodak
Kogeldruk
Elk onderzoek geeft aan dat door een afname van de kogeldruk de
stabiliteit (demping) ook afneemt. Daarom wordt in Europa het advies gegeven dat
de kogeldruk minimaal 5% ,en beter is 7% van het caravan gewicht
bedraagt (in de VS is 15% heel normaal). In praktijk zal dat vaak de maximaal toegestane kogeldruk
zijn, dus de laagste waarde van auto en caravan. De caravan zal dan
meest stabiel rijden, maar het kan zijn dat de trekauto niet lekker
rijdt bij die maximale kogeldruk. In dergelijke gevallen zijn hulpveren
aan te raden. Bovendien is een hoge kogeldruk voor het weggedrag van de
trekauto negatief. In die zin is kogeldruk altijd een compromis welke in
praktijk kan worden uitgeprobeerd naar de prettigste waarde. Als 'begin
waarde' zou een kogeldruk van 4% van de beladen caravan + 20 kg een
aardige kogeldruk kunnen zijn. Daarbij
maakt enkele kilo’s te zwaar of te licht echt niet zoveel verschil en is
het exact vaststellen van de kogeldruk niet zo belangrijk dat dit met
exacte meetapparatuur moet gebeuren. Voor een betrouwbare meting
is het wel van belang dat de caravan horizontaal staat.

Het effect van de kogeldruk op de demping bij verschillende
snelheden.

ADAC onderzoek naar het effect van kogeldruk
Gewichtsverdeling auto/caravan
In diverse onderzoekingen wordt telkens een gunstig effect gevonden als gewicht vanuit de caravan naar de auto wordt
verplaatst, dus als de gewichtsverhouding tussen auto en caravan gunstiger
wordt.

ADAC onderzoek waarbij 100 kg verplaatst is naar de auto
In de literatuur worden echter geen harde grenzen genoemd die
aangeven dat de gewichtsverhouding onaanvaardbaar ongunstig is. Proeven
worden meestal gedaan met combinaties tot zo'n 70 á 75%. Verder moeten we opmerken dat het onderzoek over het
algemeen betrekking heeft op de demping en niet wat er gebeurd boven de
kritische snelheid.
|

Beladen caravan niet zwaarder dan lege auto
|
|
Het is goed denkbaar dat dan een zware auto de
caravan toch net wat gemakkelijker in het gareel krijgt dan een lichte
trekauto en het dus zeker wel van belang is om te zorgen dat de caravan
niet zwaarder is dan de lege trekauto. Een norm die internationaal
veelal wordt gehanteerd. |
Lengte dissel, wielbasis en oversteek
Experimenteel onderzoek toont aan dat een lange dissel, de afstand
tussen kogel en as, meer stabiliteit biedt. Deze conclusie is alleen
voor caravanbouwers interessant omdat u die factor zelf niet kunt
beïnvloeden anders dan bij aanschaf van de caravan. Voor de trekauto
geldt dat die stabieler is, naarmate de auto een langere wielbasis
en een kortere oversteek heeft. De achteras zou dus zo ver
mogelijk naar achter gesitueerd moeten zijn. Deze factoren zijn van
invloed alleen niet zo sterk dat die bij de aanschaf van een trekauto
doorslaggevend moeten zijn. Bovendien kan het heel goed zijn dat
bijvoorbeeld een trekauto met een korte oversteek andere positieve
eigenschappen mist waardoor een andere auto toch een betere trekker
blijkt te zijn.
Banden en wielophanging
Onderzoeken naar de bandenspanning zijn niet geheel eensluidend. Er is
onderzoek waaruit blijkt dat de banden (spanning) van zowel de caravan als de trekauto, als de caravan al in
slingering is, geen significante invloed heeft op de demping. Ander
onderzoek waarbij de bandenspanning maar 1,5bar op de caravan was en
waarbij twee verschillende soorten banden op 1 as gebruikt werden gaf wel
veel onstabiliteit.
Een combinatie
voelt stabieler aan als zowel caravanbanden als de
wielen van de achteras van de auto minder zijdelingse beweging toelaten.
Het rijcomfort en het gevoel van veiligheid neemt bij voldoende (hoge) bandenspanning
en de keuze van een stabiele band wel toe en is dus zeker aan te bevelen.
Stabilisatoren
- Stabilisatorkoppelingen
- ESP (of ESC) in de auto met TSP 'Trailer Stability Program'
- ATC e.a. elektronische systemen in de caravan
Bijna elke (nieuwe) caravan is voorzien van een
stabilisatorkoppeling. Naar het effect hiervan is veel onderzoek gedaan
en de algemene conclusie is dat het gebruik van een stabilisator de
demping verhoogt. Een ingezette slingering stopt sneller, maar de
kritische snelheid wordt niet zo heel veel hoger (wel iets). Het
rijden met een stabilisator is daardoor wel (iets) veiliger en vooral comfortabeler maar
heeft ook het nadeel dat naarmate de slingering erger wordt, het effect
juist kleiner wordt. Sommige mensen zijn van mening dat de stabilisator het
gevoel wegneemt omdat juist de kleine slingeringen goed gedempt worden.
Een stabilisator is niet in staat grote heftige slingeringen
noemenswaardig te dempen. De krachten zijn dan zoveel groter dan het
wrijvingsmoment van de stabilisator dat het netto effect nihil is. Gaat
het dus mis dan helpt een stabilisator niet meer en de range in snelheid
tussen beginnende slingering en fatale slingering wordt kleiner

In deze tabel is het verschil in slingering tussen een combinatie met
(in blauw) en zonder (in rood) stabilisator aangegeven.
Systemen die veel meer veiligheid verhogend werken
zijn de elektronische stabiliteitssystemen. De zijn te verdelen in
systemen die de remmen van de caravan aantrekken bij een slingering en
systemen die vanuit de trekauto de auto stabiliseren en eventueel ook de
snelheid weg nemen.
| ATC (ontwikkeld door Alko), IDC (ontwikkelt door BPW), ESC, LEAS
en ETS02 van Knott trekken de caravan
remmen synchroon aan als gesignaleerd wordt dat de caravan een bepaalde
pendelbeweging maakt. Beide caravanwielen remmen en doen dit
onafhankelijk van de gereden snelheid. Doordat de caravan remt wordt de hele combinatie
gestrekt. Zie ook de praktijktest die wij uitgevoerd hebben met Ad Rem en
ESC
|
 |
Een technisch geavanceerder systeem is de uitbreiding van ESP (elektronisch stabiliteits programma van de auto) met TSP (Trailer stability
program) of TSA (Trailer stability assist). Sommige automerken gebruiken andere benamingen voor dezelfde
functionaliteit. Zodra in de auto enige slingering wordt waargenomen (op
basis van stuurstand, snelheid en zijdelingse beweging) probeert
het systeem de auto te stabiliseren door kort de rechter en linker rem te
activeren. Heeft dit onvoldoende resultaat dan remt de hele auto af om
de combinatie onder de kritische snelheid te brengen.
.
Afwisselend wordt een rem van de auto geactiveerd zodat de auto
stabiliseert (de rode pijl) en tevens remt de auto (blauwe pijl).
 |
In de bovenste tabel hiernaast is de snelheid
weergegeven. Rijdt de combinatie meer dan 100 km/u signaleert het ESP
systeem dat de combinatie gaat slingeren. ESP grijpt in door af te remmen.
In de onderste tabel is te zien dat de combinatie direct minder gaat
slingeren en zich stabiliseert. |
Het effect van al deze elektronische stabilisatie
systemen is erg positief. Hoewel geen van alle systemen echt helemaal
uit ontwikkeld is, is de aanschaf zeker aan te raden. Bedenk wel dat ze pas ingrijpen als de combinatie al aan het slingeren is.
Daarmee is het dus alleen een extra vangnet voor als het mis dreigt te
gaan en helpt het niet slingeren te voorkomen.
Wat kunt u zelf doen?
Hoe kunt u veiliger onderweg zijn? Heeft u nog geen auto en caravan
dan koopt u de grootste (zwaarste) auto met ESP/TSP die u kunt krijgen
en koppelt daar de kleinste lichtste caravan achter met een enorme lange
dissel. Maar hoogst waarschijnlijk heeft u al een auto en caravan, dan
kunt u door goed te beladen wellicht ook een veilige reis maken.
1) Zware spullen bij de as van de caravan of in de
auto
2) Voldoende kogeldruk
3) Goede caravanbanden en voldoende bandenspanning in de auto- en
caravanbanden Een onderwerp dat veel mensen bezig houdt is het vervoer van fietsen.
U zult inmiddels begrijpen dat het onmogelijk is de caravan goed te
beladen als er fietsen (40 kg) achterop vervoerd worden. Het gier
traagheidmoment neemt te veel toe, en moet onevenredig gecompenseerd
worden om toch voldoende kogeldruk te krijgen. Verreweg de beste plaats voor fietsen
is op de auto (of op het dak of aan de achterklep van de auto).
Tenslotte is snelheid de alles bepalende factor. Gaat u op
stap met de
caravan, rijdt dan niet te snel, ook al mag dat in sommige landen wel. Pas
dus uw snelheid aan, aan de omstandigheden. Sommige combinaties zitten
bij 80 km/u al gevaarlijk dicht tegen de kritische snelheid aan.
Simulatie
De Universiteit van Bath heeft samen met Bailey Caravans een
website gewijd aan het slingeren van caravans. Dr. Jos Darling maakt via een model
inzichtelijk wat het effect van belading is. In de proef verplaatst hij de
belading van optimaal bij de as tot aan de uiteinden en, dat zegt hij er
niet bij, tevens de
kogeldruk afneemt waardoor de combinatie heftig gaat slingeren. Bekijk de video maar eens
op: http://www.towingstabilitystudies.co.uk/stability-studies-simulator.php
Via een simulatie kan je zelf het effect van slechte
belading en snelheid inzichtelijk maken. Goed te zien is ook dat
snelheid de bepalende factor is en dat door remmen (snelheid verminderen)
de slingering ophoudt.
Klik hier om de simulatie te starten
In deze simulaties wordt het gier traagheidsmoment door de
slechte belading groter en dat leidt tot een slechtere dempingsfactor. In de
computersimulatie komt dat duidelijk naar voren en dat is ook te zien in het filmpje
van de loopband. Zie ook de demonstraties van Theo Gerrits voor de KCK (ANWB)
zie http://vimeo.com/7022794.
Literatuur
1) Aleksander Hac, Daniel Fulk and Hsien
Chen. Stability and Considerations of
Vehicle-Trailer combination. Delphi Corporation
2008.
2)
Darling, J.,
Tilley, D. and
Gao, B., 2009. An experimental
investigation of car-trailer
high-speed stability. Proceedings of the Institution of
Mechanical Engineers,
Part D: Journal of Automobile Engineering, 223 (4), pp.
471-484.
3) Dieter S. Heinz. Test Gespannsicherheit. ADAC 2004.
4) Dieter S. Heinz. Helfer in der Not, test anhänger-esp. ADAC 2005.
5) Sharp, R.S. and Alonso Fernández, M.A.
Car-caravan snaking Part 1:
the influence of pintle pin friction. School
of Engeneering, Cranfield University,
Bedford UK, 2002.
6) Trevor A. Lister. Caravan an trailer stability.
7) Fratila, D. and Darling, J. Simulation of
Coupled Car and Caravan Handling
Behaviour. Vehicle Systems Dynamics, 26 (1996).
8) Killer, J. The dynamics of towed
vehicles, an experimental study into caravan
snaking. University of Bath 2003
9) Road vehicles - Passenger and trailer
combinations - Lateral stability test; ISO 9815.
10)
Darling, J. and Standen, P.M. A study of
caravan unsteady aerodynamics.
11) Schepers, P. en Tillema, F., 2007. Maximumsnelheid met
aanhangwagen of
caravan. Ministerie Verkeer en Waterstaat.
12) Mantriota, G. (2005). A theoretical study on the stability of
car-caravan systems
under the influence of crosswind. Int. J.
Vehicle Systems Modelling and Testing,
Vol.1, Nos. 1/2/3, pp 168-191. |