Caravanbanden: houd de spanning er in.
Een lekke band is nooit leuk, en zeker niet op vakantie. Toch is de kans dat
uw caravan een lekke band krijgt een stuk groter dan uw auto. Veel problemen
zijn echter wel te voorkomen waarbij de keuze van een goede band en een juiste
bandenspanning een hoop ellende kan voorkomen. Welke band geschikt is en hoeveel
spanning die dan moet hebben is afhankelijk van verschillende factoren.
Waarom vaker een lekke band bij een caravan?
Een band onder een caravan heeft een veel zwaarder leven
dan een band onder een auto.
Het gewicht dat een caravanband moet dragen is veelal
groter dan bij een autoband. Het gewicht van de auto is immers verdeeld over 4
wielen terwijl het gewicht van de caravan maar op 2 banden rust. Daarnaast staat
een caravan veel meer stil. Een band in beweging blijft soepel en is wat dat
betreft net een mens. Een goede tip is dus frequent met uw caravan onderweg te
zijn. En ongemerkt komt met name het rechterwiel ook nog wel eens in de berm
terecht of neemt een stoeprandje mee waardoor de band het extra zwaar heeft.
Vandaar dat een lekke band bij een caravan veelal een klapband is (of liever
gezegd een hele snelle leegloper) en niet gelijdelijk leegloopt door een spijker
o.i.d.
Kans op klapbanden verkleinen
Een caravan is vaak zwaarder dan u denkt en wellicht is
niet elke kant van de caravan even zwaar. Kies daarom voor banden met een
voldoende ruim draagvermogen, maar overdrijf niet. Op elke band staat een getal,
de loadindex, dat aangeeft wat het maximaal draagvermogen van een band is. Een
gewone autoband heeft meestal een te laag draagvermogen waardoor voor caravans
meestal re-inforced banden of C-banden (van Commercial, die veelal onder
bestelauto’s zitten) gebruikt worden. Een eigenschap van deze banden is dat ze
wat stugger zijn dan gewone autobanden en daardoor zorgen voor een stabieler
weggedrag. Nadeel van deze C-banden is dat ze, mede door de hoge bandenspanning,
minder veercomfort hebben. Kies daarom niet voor laag-profiel banden, maar
liever met een wat hogere bandwang en als consekwentie daarvan iets smaller
loopvlak. De diameter moet namelijk wel ongeveer gelijk blijven om te passen in
de wielkast. Door dat veronderstelde comfortverlies schrijven caravanfabrikanten
soms een te lage bandenspanning voor bij het gebruik van C-banden, zelfs als die
af-fabriek gemonteerd zijn. Maar C-banden hebben echt een spanning nodig van 4
tot 4,5 atm.
Advies 6 jaar vervangen
Hoewel niet wettelijk verplicht wordt in het algemeen
geadviseerd om banden na 6 jaar te vervangen ook al is het profiel nog lang niet
versleten. Statistisch neemt namelijk na het zesde jaar de kans op een lekke
band toe. De productiedatum van een band kunt u exact aflezen. Op elke band
staat namelijk een zogenaamde DOT code. Bij banden uit dit decennium is dat een
4-cijferige code waarbij de eerste 2 cijfers het weeknummer voorstellen en de
laatste 2 cijfers het jaar. Zie u staan 3204 dan is de band gefabriceerd in week
32 in
het jaar 2004 en dus nu bijna 6 jaar oud.
Bandenspanning controleren
De belangrijkste oorzaak van klapbanden is een te lage
bandenspanning. Bij een lage bandenspanning neemt de temperatuur van de band
toe. (Overigens ook het brandstofverbruik van de trekauto.) Er zijn tegenwoordig
systemen te koop met een sensor in de band die de luchtdruk en de temperatuur
meten en die draadloos verzenden naar een display in de auto. Loopt de
temperatuur op, of de spanning af gaat er een alarm en kunt u snel maatregelen
nemen. Met zo’n nuttig systeem, bijvoorbeeld het Tyron TPMS kunt u in 90% van
de gevallen een klapband voorkomen. Daarnaast blijft het natuurlijk verstandig
regelmatig de bandenspanning met een spanningsmeter te controleren.
Toch een lekke band.
Gaat het dan ondanks alle voorzorgen toch mis dan merkt u
in de meeste gevallen ‘te’ laat dat er wat aan de hand is. Het kwaad is dan
al geschied en reparen met een zogenaamd noodsetje kan niet meer omdat de band
te veel beschadigd is. Op die momenten is het heel plezierig om een reservewiel
bij u te hebben die ook daadwerkelijk past onder de caravan. Om het wiel te
verwisselen heeft u een geschikte krik nodig. Zelden is de autokrik daarvoor
geschikt en helemaal uit den boze is om de caravan met de uitdraaisteunen zover
op te krikken dat het wiel vrij van de grond komt. Veel beter is het een
speciale caravankrik te gebruiken die precies past in bijgeleverde profieltjes
die aan het chassis vastgemaakt worden.
Laat bij het opkrikken altijd de caravan aangekoppeld aan
de auto. Ook op de camping wanneer u een langzame leegloper constateert, koppel
dan eerst de caravan aan. Omdat het neuswiel niet te fixeren is kan de caravan
heel makkelijk wegdraaien en zo van de krik vallen. De aangekoppelde auto
voorkomt dat.
Heeft u lichtmetalen wielen en een stalen reservewiel
controleer dan of u extra wielmoeren of bouten heeft die geschikt zijn voor
stalen velgen. En heeft u het wiel verwisseld is het verstandig om na
50 km
rijden de wielmoeren nogmaals aan te trekken. Vergeet dus ook niet vooraf de
aanschaf van een kruissleutel of een liefst zo lang mogelijke wielmoersleutel.
Die uitschuifbare met een juiste dop erop zijn ideaal.
Meer informatie over (caravan)banden zoals bijvoorbeeld een
tabel met het maximaal draagvermogen van de banden kunt u vinden op de website
Caravantrekker.nl.
|