
Slingeren
Dé angst van veel caravanners is slingeren. Mensen die het meegemaakt hebben
vertellen vaak “de hele reis ging het goed en opeens was het gebeurd en lag de
boel op z’n kant….”. Het is dan ook lastig om dé oorzaak aan te geven
waarom een combinatie (opeens) gaat slingeren. Het is een samenloop van
omstandigheden zoals vaak bij ongelukken. Gelukkig zijn wel een aantal
maatregelen te nemen om de kans dat het fout gaat te verkleinen en het is goed
te weten dat er wel degelijk wat aan te doen is om ongelukken te voorkomen.
Angst is dan helemaal niet nodig en u kunt vele veilige kilometers met een
caravan rijden.
Kritische snelheid
Elke combinatie heeft een zgn. kritische snelheid, waarbij de van nature
aanwezige instabiliteit zo groot is dat demping van de lichte slingerbewegingen
niet meer lukt. Het probleem zit hem in het feit dat die kritische snelheid
variabel is en plotseling een stuk lager kan liggen. Dat is die samenloop van
omstandigheden. Stel de kritische snelheid onder ideale omstandigheden is 140
km/u. U rijdt in de Ardennen met een toegestane 100 km/u. Bergaf neemt ongemerkt
de snelheid iets toe, bovendien klapt aan het begin van het viaduct ineens een
valwind tegen de caravanwand. U schrikt even van de zuiging van dat hoge busje
dat u – onopgemerkt – aan het inhalen is. Uw caravan weegt desondanks niet
meer dan het maximaal toegestaan trekgewicht van uw auto. Dan is dit een
scenario dat een bijna 100% garantie geeft dat het fout gaat. De caravan begint
te slingeren en na drie, vier keer is het gebeurd.
Slingeren voorkomen
Vaak is het maximaal toegestaan trekgewicht van een auto hoger dan het
leeggewicht van dezelfde trekauto. Het is dan ook niet verstandig een caravan
met het maximaal toegestaan trekgewicht achter uw auto te hangen. Op de NCC
website wordt het advies gegeven dat het leeggewicht van de caravan niet meer
dan 75% van het leeggewicht van de trekauto zou moeten zijn. Heeft u dus een
auto die leeg
1200 kg
weegt dan zou uw caravan leeg niet meer mogen wegen dan zo’n
900 kg
. De auto heeft dan - als de caravan toch zou gaan slingeren - tenminste
voldoende overwicht om niet direct van de weg gedrukt te worden door de caravan.
Uiteraard is het niet zo dat een combinatie met een percentage van 80% opeens
gevaarlijk is terwijl een combinatie met een gewichtsverhouding van 70% volkomen
veilig is.
De belading van de caravan is ook een belangrijke factor, misschien wel de
belangrijkste. Omdat een caravan de as in het midden heeft bevindt zich
logischerwijs de nodige massa, zelfs als hij leeg is, op de nodige afstand van
dat middelpunt. Daarom is er voldoende kogeldruk nodig. Dat houdt hem ‘op zijn
plaats’. Vergelijk het maar met een wip. Houdt u aan een kant het kind aan de
grond is er geen beweging in te krijgen. Eigenlijk is een kogeldruk van zo'n 7%
van het caravangewicht aan te raden dus minimaal
60 a
70 kg
. Helaas is dat niet bij elke auto toegestaan, maar voor een veilig rijgedrag
toch wel noodzakelijk, zeker bij grotere caravans.
Zware zaken (flessen, blikken, boeken, tentstokken etc.) kunt u het beste zo
dicht en zo laag mogelijk op of net voor de as opbergen. De bovenkastjes kunt u
vullen met lichte zaken zoals kleding (zakken chips?). De laatste tijd zien we
steeds vaker dat fietsen achterop de caravan worden vervoerd. Uit bovenstaande
zult u begrijpen dat dit geen goede plaats is! Immers het gewicht zit ver van de
as en moet om voldoende kogeldruk te krijgen gecompenseerd worden met nog een
gewicht ver van de as aan de tegenoverliggende zijde van de caravan. Uit
praktijkproeven van bijvoorbeeld de Duitse ADAC is gebleken dat de stabiliteit
enorm afneemt bij het gebruik van een fietsenrek achterop. Overigens kunt u
zware spullen ook prima in of op de auto kwijt. Hangt uw auto in zo’n geval
erg achterover is het monteren van hulpveren aan te raden.
Veel moderne caravans zijn uitgerust met een stabilisatorkoppeling. Die kan
de kritische snelheid inderdaad verhogen. Het gevaar is echter niet denkbeeldig
dat als het dan alsnog fout gaat er helemaal niets te redden valt. Het
uitgangspunt moet zijn dat een goed beladen combinatie ook zonder stabilisator
stabiel is, zonder de geringste horizontale bewegingen. Gaat u op stap, rij dan
de eerste (snelweg) kilometers eens met de stabilisator uitgeschakeld (denk er
wel om dat de caravan goed aangekoppeld is!). U voelt dan al bij lagere
snelheden of de combinatie iets instabiel is. Is dat het geval dan dient de
oorzaak gevonden te worden. Ook een voldoende hoge bandenspanning van met name
de achterbanden van de auto is een factor die van invloed is. Houdt hiervoor
tenminste de spanning aan die voor uw auto geldt bij volle belading.
Slingeren begint altijd bij een te hoge snelheid, alleen is niet aan te geven
welke snelheid te hoog is. In Frankrijk is het toegestaan om bijvoorbeeld 130
km/u te rijden. Dat kan veilig in sommige gevallen terwijl de maximaal
toegestane snelheid in ons land van 80 km/u al tot gevaarlijke situaties kan
leiden (zie kritische snelheid). Een extra gevaar vormen afdalingen bijvoorbeeld
op autosnelwegen. Ongemerkt loopt vaak de snelheid op terwijl de stabiliteit
(ook ongemerkt) afneemt! Matig dus ALTIJD uw snelheid tijdens afdalingen en
negeer de snelheidsbeperkingen die u veel op Franse snelwegen tegenkomt niet!
Naar boven rijden kunt u zo snel doen als u wilt, daarbij gaat uw caravan niet
slingeren…..
Wat te doen bij slingeren
Als u (iets) te abrupt van rijbaan wisselt zal de caravan altijd (een beetje)
kwispelen. Dat is niet erg en kan zelfs geen kwaad als de uitzwaai maar direct
gedempt wordt. Strak rechtuit sturen - niet proberen te corrigeren - en gas
loslaten is de remedie waarna het kwispelen snel ophoudt.. Wordt echter het
uitzwaaien niet direct minder, maar juist erger dan is er maar een remedie:
ONMIDDELLIJK HARD REMMEN! Wees in dergelijke situaties niet bang dat er iemand
achterop zal vliegen, die heeft namelijk al lang gezien dat u in de problemen
zit. Rap snelheid verminderen is dus de enige remedie om de combinatie weer
onder de overschreden kritische snelheid te brengen. Ga niet proberen tegen te
sturen om de slingering op te vangen, maar blijf strak rechtuit sturen. Gasgeven
is wel het laatste wat u in dat geval moet doen.
Heeft uw combinatie last van
instabiliteit (licht slingeren - te lang nakwispelen na een stuurbeweging) pas
dan de belading en bandenspanning aan met behulp van bovenstaande adviezen en
vervolg uw route met een lagere aangepaste snelheid.

|